Het bospad. Overdag fijn maar bij nacht…

Het bospad. Het fietspad van Roden, door natuurschoon Nietap naar Leek. Ik fietste er vroeger vaak over naar school. Meestal met mijn toenmalige klasgenoten, maar ook wel eens alleen als ik de groep weer eens had gemist. En vooral in de wintermaanden, als het nog donker was, vond ik dat niet prettig. Het bospad kenmerkt zich namelijk als een pad zonder een enkele straatverlichtingspaal. Dat in combinatie met een vrij smal fietspad en de aanwezigheid van het nodige niet al te pientere schorriemorrie, zowel op fiets als op opgevoerde scootertjes gaf mij destijds als 13 jarige brugpieper niet altijd het gevoel van ‘Joepie, ik mag weer over het bospad’.

Blijkbaar heb ik er destijds een trauma aan overgehouden want vandaag de dag vind ik het bospad nog steeds onguur zodra de avond valt. Maar wellicht is dat ook wel geheel terecht. Hoe mooi en vredig het bospad en zijn aangrenzende bossen overdag is, zo lelijk is hij ’s nachts. Alcohol drinkende Oostblokkers, gure types op fietsen en snorscootertjes en ander gespuis intimideren, schreeuwen, gooien de lege flessen of blikken overal neer of zwerven er doelloos rond. Dat laatste is niet kwalijk maar echt fijn is het ook niet. Bang ben ik nog nooit geweest. Met mijn 1 meter 99 en nodige kilo’s heb ik het idee dat ik niet het prototype slachtoffer ben, maar bij het passeren van dergelijke plebs ben ik altijd wel op mijn hoede.

Sinds deze week heb ik in de strijd tegen mijn steeds groter wordende omvang mijn hardloopschoenen weer onder uit de kast gehaald. Gisteravond trok ik ze weer aan en vertrok voor een rondje over het door mij bij daglicht oh zo geliefde bospad. Naar Nietap en weer terug. Het was echter al wat schemerig. Even voor Nietap kwamen twee jonge meiden mij tegemoet. Ook hardlopend. We groetten elkaar op een manier zoals motorrijders dat ook doen, maar dan hardloop-style. In Nietap ging ik rechtsomkeert. Het was inmiddels dermate donker dat ik mijn verlichting aanzette om goed gezien te worden. Met de tong over de grond slepend sjokte ik weer richting Roden.

Enkele meters verderop zag ik links de twee eerder tegengekomen meiden in de sloot liggen. Zich verstoppend voor, naar bleek, de man op de scooter.

Op de terugweg hoorde ik het nodige geschreeuw. Niets bijzonders, dat gebeurt wel vaker, en het klonk bovendien ook niet vijandig of angstig. Halverwege, nabij het vagevuur, zag ik een scooter vage bewegingen maken. Met zijn koplamp schijnend de zijpaden van het bospad in. Hij keerde op de weg. Zette zijn scooter en verlichting uit en bleef stil staan. Ik passeerde hem. Hij zei nog wel “moi”. Maar de manier waarop was niet van harte. Enkele meters verderop zag ik links de twee eerder tegengekomen meiden in de sloot liggen. Zich verstoppend voor, naar bleek, de man op de scooter. Ik liep door en besloot even verderop bij een kruising te gaan stoppen om rek en strek oefeningen te gaan doen. Niet omdat ik rek en strek oefeningen wou doen, maar om alles eens te aanschouwen. Ik vertrouwde het niet.

Even later vlogen de meiden uit de sloot, bij de mij de bocht om en verstopten zich weer. De man op de scooter kwam ze achterna en bleef bij mij staan. “Heb je die rotjong’n ook gezien?” vroeg hij aan mij? “Nee, geen idee” antwoordde ik. Met zijn scooterlamp scheen hij op de boom waarachter één van de meiden stond. Hij had haar moeten kunnen zien. Of het was mijn aanwezigheid, of hij had haar echt niet gezien, maar hij keerde om en ging het bos in.  De meiden kwamen weer tevoorschijn en ik vroeg ze of het normaal was dat deze man ze achterna zat. Nee, zeiden ze. Ze hadden wat naar de man geschreeuwd toen hij voorbij kwam en daarna had hij de achtervolging ingezet.

Lekker, zo’n type. Jaartje of 50, op een snorscootertje meiden van een jaar of 16 achtervolgen omdat ze wat geschreeuwd hebben. Ik kan er met mijn verstand in de verste verte niet bij en vraag me dan ook af wat er gebeurt zou wezen als ik niet was wezen rekken en strekken? Mijn inziens had hij op de desbetreffende kruising de dame achter de boom gezien moeten hebben. Als hij ze alleen vermanend toe wou spreken had hij dat toen kunnen doen. Maar mijn aanwezigheid hield hem dus blijkbaar tegen. Wat zou hij gedaan hebben als ik daar niet bij stond? Wat zou hij hebben gedaan als hij wel een van de meiden te pakken kreeg?

Ik liep met de meiden mee naar de grote weg. Daar waar veel verkeer was. Daar waar straatverlichting was. Zij gingen terug naar Leek, ik ging naar Roden.

Het bospad. Overdag fijn maar bij nacht… Laat hem dan maar links liggen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reken onder staande som uit. (Sorry... Is ter beveiliging tegen spam...) * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.